Inkomensgrens huurtoeslag 2019
In 2019 kon u huurtoeslag krijgen als uw inkomen en vermogen niet te hoog waren en uw woning aan de voorwaarden voldeed. Er gold geen bedrag dat voor iedereen precies hetzelfde uitpakte: de hoogte van de toeslag hing onder meer af van uw inkomen, de samenstelling van uw huishouden en uw huur.
Welke inkomensgrenzen werden in 2019 genoemd?
Als richtbedragen voor 2019 werden vaak de volgende maximale jaarinkomens genoemd:
- Alleenstaand: ongeveer € 22.700;
- Meerpersoonshuishouden: ongeveer € 30.825.
Voor huishoudens waarin iemand de AOW-leeftijd had bereikt, konden de grensbedragen iets afwijken. Deze bedragen zijn daarom vooral een richtlijn en geen garantie dat u wel of geen toeslag kreeg. De berekening was afhankelijk van uw persoonlijke situatie en uw rekeninkomen.
Wat is het toetsingsinkomen?
De Belastingdienst keek naar uw toetsingsinkomen: meestal het verzamelinkomen uit uw aangifte inkomstenbelasting. Had u een toeslagpartner, dan telden diens inkomen en uw inkomen samen mee. Ook het inkomen van medebewoners kon in bepaalde situaties invloed hebben op de berekening.
Bij het aanvragen van huurtoeslag maakte u een schatting van uw inkomen voor het betreffende jaar. Veranderde uw inkomen later, dan was het belangrijk uw schatting aan te passen. Zo kon worden voorkomen dat u achteraf toeslag moest terugbetalen.
Inkomen was niet de enige voorwaarde
Ook met een inkomen onder de genoemde richtbedragen kreeg u niet automatisch huurtoeslag. Onder meer de volgende voorwaarden speelden mee:
- uw huurwoning moest aan de voorwaarden voor huurtoeslag voldoen;
- uw huur mocht niet boven de toepasselijke huurgrens uitkomen;
- uw vermogen mocht niet te hoog zijn;
- u en eventuele medebewoners moesten voldoen aan de overige voorwaarden.
In 2019 lag de maximale huurgrens voor de meeste huishoudens op € 720,42 per maand. Voor jongeren onder de 23 jaar gold doorgaans een lagere huurgrens. Er waren uitzonderingen, bijvoorbeeld voor jongeren met een kind.
Let op: dit gaat over 2019
De bedragen en regels op deze pagina hebben betrekking op 2019. Ze zijn niet automatisch van toepassing op een aanvraag voor een ander jaar. De voorwaarden en bedragen kunnen veranderen. Controleer daarom voor een actuele aanvraag altijd de informatie van de Belastingdienst of maak een proefberekening voor het juiste toeslagjaar.
Inkomensgrens huurtoeslag 2019: 9 tips om je recht op toeslag te controleren
- In 2019 gold meestal een inkomensgrens van €22.700 voor eenpersoonshuishoudens.
- Voor meerpersoonshuishoudens lag de grens meestal op €30.825.
- De precieze grens kon verschillen door leeftijd en huishoudsituatie.
- De Belastingdienst keek naar je toetsingsinkomen, niet naar je nettoloon.
- Het inkomen van je toeslagpartner telde mee.
- Ook het inkomen van medebewoners kon meetellen; voor jongeren golden uitzonderingen.
- Zat je boven de grens, dan had je meestal geen recht op huurtoeslag.
- Schat je jaarinkomen zorgvuldig
- Controleer je persoonlijke situatie met de proefberekening van de Belastingdienst voor 2019.
In 2019 gold meestal een inkomensgrens van €22.700 voor eenpersoonshuishoudens.
In 2019 gold voor eenpersoonshuishoudens meestal een inkomensgrens van ongeveer € 22.700 per jaar om in aanmerking te kunnen komen voor huurtoeslag. Dit bedrag was een richtlijn: de uiteindelijke aanspraak hing ook af van onder meer de huur, het vermogen en de persoonlijke situatie. Daarbij keek de Belastingdienst naar het toetsingsinkomen.
Voor meerpersoonshuishoudens lag de grens meestal op €30.825.
Voor meerpersoonshuishoudens lag de inkomensgrens voor huurtoeslag in 2019 meestal rond de € 30.825 per jaar. Dit bedrag was een richtlijn: of u daadwerkelijk recht had op huurtoeslag, hing ook af van uw huishoudsituatie, vermogen en huurprijs. Controleer daarom altijd de voorwaarden die voor uw persoonlijke situatie golden.
De precieze grens kon verschillen door leeftijd en huishoudsituatie.
De inkomensgrens voor huurtoeslag in 2019 was niet voor iedereen hetzelfde. De precieze grens kon verschillen afhankelijk van uw leeftijd en huishoudsituatie, bijvoorbeeld of u alleen woonde, een toeslagpartner had of deel uitmaakte van een meerpersoonshuishouden. Daarom geven algemene inkomensbedragen slechts een indicatie; voor een betrouwbare beoordeling moest uw persoonlijke situatie worden meegenomen.
De Belastingdienst keek naar je toetsingsinkomen, niet naar je nettoloon.
Bij het bepalen van uw recht op huurtoeslag in 2019 keek de Belastingdienst naar uw toetsingsinkomen, niet naar uw nettoloon. Het toetsingsinkomen is doorgaans uw verzamelinkomen uit de aangifte inkomstenbelasting, of uw belastbare loon als u geen aangifte deed. Had u een toeslagpartner, dan telde diens inkomen meestal ook mee. Daardoor kon uw inkomen voor de berekening hoger uitvallen dan het bedrag dat u maandelijks op uw rekening ontving.
Het inkomen van je toeslagpartner telde mee.
Had je in 2019 een toeslagpartner, dan telde diens inkomen mee bij het bepalen of je recht had op huurtoeslag. De Belastingdienst keek dus naar jullie gezamenlijke toetsingsinkomen, niet alleen naar jouw eigen inkomen. Daardoor kon het gezamenlijke inkomen boven de toepasselijke inkomensgrens uitkomen, ook als jouw inkomen afzonderlijk lager was. Geef wijzigingen in het inkomen van jou of je toeslagpartner daarom tijdig door om te voorkomen dat je later toeslag moet terugbetalen.
Ook het inkomen van medebewoners kon meetellen; voor jongeren golden uitzonderingen.
Bij de berekening van de huurtoeslag over 2019 telde het inkomen van medebewoners meestal mee, waardoor u mogelijk minder toeslag kreeg. Voor jongeren golden uitzonderingen: zo werd bij een inwonend kind jonger dan 23 jaar een deel van het inkomen buiten beschouwing gelaten. Ook konden voor jongeren aparte huurgrenzen gelden. Welke regels van toepassing waren, hing af van de leeftijd en situatie van de bewoner.
Zat je boven de grens, dan had je meestal geen recht op huurtoeslag.
Zat je in 2019 boven een genoemde inkomensgrens, dan had je meestal geen recht op huurtoeslag of kreeg je een lager bedrag. Er gold echter geen vaste inkomensgrens die voor iedereen hetzelfde was: de berekening hing ook af van je huur, leeftijd en huishoudsamenstelling. Een inkomen boven een richtbedrag betekende daarom niet automatisch dat je helemaal geen toeslag kreeg.
Schat je jaarinkomen zorgvuldig
Schat je jaarinkomen zorgvuldig. Voor de huurtoeslag over 2019 telde je verwachte toetsingsinkomen mee. Maak daarom een zo nauwkeurig mogelijke schatting van je jaarinkomen, inclusief bijvoorbeeld loon, uitkering en eventuele inkomsten uit ander werk. Verandert je inkomen in de loop van het jaar, pas je schatting dan tijdig aan bij de Belastingdienst. Zo verklein je de kans dat je achteraf te veel ontvangen huurtoeslag moet terugbetalen.
Controleer je persoonlijke situatie met de proefberekening van de Belastingdienst voor 2019.
Twijfel je of je in 2019 recht had op huurtoeslag? Controleer dan je persoonlijke situatie met de proefberekening van de Belastingdienst voor dat jaar. Vul je inkomen, huur, huishoudsamenstelling en eventuele andere gegevens zo nauwkeurig mogelijk in. De uitkomst geeft een indicatie van je mogelijke toeslag; je definitieve recht hangt af van de gegevens die de Belastingdienst vaststelt.

